Mijn eerste journalistieke maakte ik toen ik nog maar net voor het Friesch Dagblad schreef: ik had avonddienst en er belde een man van het Natuurcentrum op Ameland dat er die middag een levende blauwe haai was aangespoeld. Dode haaien spoelen een enkele keer wel eens aan, maar levende blauwe haaien komen in de Waddenzee bijna nooit voor. Dat ze gevaarlijk zijn voor mensen maakte het verhaal alleen maar mooier.
De medewerkers van het Natuurcentrum hadden het beest gevangen en in een aquarium gedaan en daar knapte hij volgens mijn zegsman zienderogen op. Ik maakte een bericht. De hoofdredactie besloot de volgende dag dat het op de voorpagina moest komen, één van mijn eerste keren, ik was erg tevreden. Tot die middag de andere kranten binnenkwamen. In de Leeuwarder Courant, Trouw en nog een aantal kranten was de haai al dood. De journalisten hadden wel gedaan wat ik in mijn onervarenheid had nagelaten: de volgende ochtend nog eens nabellen of het beest nog steeds vrolijk rondzwom in zijn waterbak.
Ik vond het verschrikkelijk. Mijn chef nam het gelukkig heel redelijk op: "Vervelend, maar hier leer je het meest van", was zijn commentaar. Hij had gelijk. Ik leerde niet alleen dat je nieuwsberichten altijd in de gaten moet houden tot ze naar de drukpers gaan, ik leerde vooral iets over de grenzen van de journalistiek. Je moet een verhaal nooit doodchecken is een cliché, maar als een verhaal uit zichzelf sterft, zoals in mijn geval, dan heb je als journalist het nakijken: de waarheid is belangrijker dan jouw mooie verhaal (en een levende, mensenetende blauwe haai in de Waddenzee, is een mooi verhaal, zeg nou zelf). Het is een beperking waar je als journalist mee moet leren leven.
Ik werk nog altijd met veel plezier in de journalistiek- nu bij Ad Valvas, de universiteitskrant van de VU-maar al sinds mijn akkefietje met de blauwe haai, heb ik regelmatig ideeën die ik niet kwijt kan in de traditionele vormen van het vak. Niet omdat ik graag dingen zou willen schrijven die niet waar zijn-hoewel?!- maar omdat mijn interesses vaak op grensgebieden liggen: tussen kunst en journalistiek, tussen literatuur en wetenschap, tussen journalistiek en performance. Het is een reden waarom ik projecten heb verzonnen als en waarom ik naast mijn schrijvende werk ook radio ben gaan maken. In het cultuurprogramma bij Amsterdam FM heb ik veel leuke, creatieve projecten gedaan, met schrijvers die kwamen voorlezen en radio op locatie. Het is ook de reden waarom ik fictie ben gaan schrijven en op dit moment aan een roman werk. Dan mag je tenminste zelf beslissen of en waneer je haai er de brui aan geeft.
Een aantal van die ideeën die meer of minder buiten de reguliere journalistiek vallen, staat op deze website.
Grijze muizen steken de Afsluitdijk over.